Niemand kent Parijs beter dan Ferry van Vliet. Via zijn website, zijn boeken, artikelen in En Route en andere tijdschriften houdt hij ons op de hoogte van het wel en wee van de Franse hoofdstad. Parijs verandert elke dag en daarom verschijnt dit voorjaar ook een herziene versie zijn boek Ongewoon Parijs. Wij kijken even mee met hem naar de bon chic, bon genre van het 16e arrondisement:
BON CHIC, BON GENRE
Het 16de arrondissement van Parijs ligt als het ware gedrapeerd langs de Seine en wordt weer geflankeerd door het Bois de Boulogne aan de ene kant en het chique deel van het 17e aan de andere kant. Het is een van de groenste arrondissementen van de hoofdstad. Een prachtige buurt voor wandelaars die houden van serieuze hoogteverschillen, lanen en mooie straatjes, bezaaid met schitterende art-deco bouwwerken van rond 1900. Meer dan de helft van Hector Guimard’s (de ontwerper van de metro-ingangen van glas en ijzer) gebouwen staan hier, complexen die hoge welstand verraden. Een arrondissement met bevoorrechte wijken, prachtige uitzichtpunten en mondaine straten, maar ook smalle steegjes, die niet meer zijn veranderd sinds Atget ze vastlegde op de gevoelige plaat. ‘Le seizième’ behoort tot ‘les beaux quartiers’, de mooie wijken van Parijs. Wonen in het 16e staat ook bijzonder goed op je visitekaartje. Kortom ze zijn BCBG, of wel ‘bon chic, bon genre’.
Geen wonder dat verschillende musea hier zijn ondergebracht in diverse paleizen. Een van mijn favorieten is het Musée d’Art Moderne de la Ville de Paris, aan de avenue Président Wilson, ondergebracht in de oostelijke vleugel van het Palais de Tokyo gebouwd in 1937. In de westelijke vleugel is de Site de Création Contemporaine gevestigd, een plek waar jonge kunstenaars zich kunnen presenteren. Daarbij heeft men bewust de klassieke museumopzet losgelaten. Het interieur lijkt dan ook op een permanente bouwplaats met onafgewerkte muren en plafonds waarop alle leidingen nog zichtbaar zijn. ALMA-MARCEAU, LIJN 9
The Devil Wears Prada
Aan de overkant kon men geen mooiere plek vinden om eind 19de eeuw een in Italiaans renaissancestijl paleisje neer te zetten, het Palais Galliera. Na de dood van de hertog van Galliera werd zijn vrouw, Marie Brignole- Sale de Ferrari, de Duchesse de Galliera, erfgenaam van zijn immense fortuin. De hertogin besloot om een museum te bouwen, op haar kosten, als onderkomen voor haar kunstcollectie. Na haar dood in 1888 schonk ze het onroerend goed aan de Franse staat, maar door een fout van de notaris in de akte van overdracht, kwam dit Italiaanse paleisje in het bezit van de Stad Parijs. De ingang zit aan de avenue Pierre-1er-de-Serbie 10 en sinds 1977 is in het Palais Galliera het ‘Musée de la Mode de la Ville de Paris’ gevestigd. Een paleisje met een elegante zuilengalerij, grote hoge zalen met plafonds versierd met fresco’s. Het museum diende ook als decor in de film The Devil Wears Prada. ALMA-MARCEAU, LIJN 9
De necropool van de aristocratie
Verscholen achter hoge muren, verheven boven place du Trocadéro ligt de kleine begraafplaats van Passy, de cimetière de Passy. Bekende personen die hier begraven liggen zijn o.a. Bao Dai, laatste keizer van Vietnam, Claude Debussy, componist, Édouard Manet, kunstschilder, Fernandel, de Franse komiek en Leila Pahlavi, die in 2001 een einde maakte aan haar leven, in een Londense hotelkamer. Zij was de dochter van de Sjah van Iran en ligt begraven in de buurt van haar grootmoeder Farideh Diba. Dit kerkhof werd geopend in 1820 en werd al snel de necropool van de aristocratie. Wandelen over deze Parijse dodenakker is meer dan een ontdekkingstocht van versteend verdriet. Alle graven hebben zo hun eigen verhaal. De een leeft voort door zijn schilderkunst, films, boeken en muziek. De ander blijft in herinnering, bekend of onbekend. De bloemen en kleine gedenksteentjes geven aan dat zij in ieder geval niet onopgemerkt zijn gebleven. TROCADÉRO, LIJN 6,9
Het boek is gratis verkrijgbaar bij een abonnement op En Route (zolang de voorraad strekt).
Klik hier voor een abonnement…